Vanochtend waren we rond 6 uur wakker. Meteen even uit het raam gluren en ja hoor: hij was er nog.
Een uurtje wachten op het ontbijt.
En daarna zijn we meteen op pad gegaan. Eerst naar de Chureito Pagode. Een beste klim omhoog.
Het uitzicht van bovenaf:
Zo vroeg in de ochtend staat de zon mooi op de pagode en Mt. Fuji:
En op de kat, die er rondhing:
Daarna was het weer dezelfde lading trappen naar beneden:
Nog even een blik onder de tori door:
Dit zag er indrukwekkend uit, maar bleek een brandput te zijn:
Een mooie tuin op weg terug naar de auto:
En toen zijn we naar Shimoyoshida Honcho Street gereden. Dit straatje staat bekend omdat Mt Fuji er precies in het verlengde van ligt:
Van de winkelstraat zijn we naar de Kawaguchi Asama-jinja Shrine gereden.
Ook hier staan oude, enorm hoge bomen:
De tempelpoort:
Deze tempel is ooit gebouwd om Mt. Fuji te kalmeren na de uitbarsting van 865.
Het gebouw is afgebrand in 1606 en daarna herbouwd.
In het bos eromheen zijn nog wat kleinere gebouwtjes te vinden. Het is hier echt enorm rustig, alsof je in een nationaal park rondloopt.
Er staan 7 heilige bomen rondom de tempel. Ze zijn allemaal meer dan 40 meter hoog ouder dan 1200 jaar. De grootste heeft een stamomtrek van 30 meter.
Van de shrine zijn we naar de Tenku no Torii gereden. Deze poort stond bovenop een berg, waar je via een smal weggetjes naartoe moest.
Op het bordje hierboven wordt gevraagd of je niet meer dan 3 minuten per groep foto’s wilt maken. Daar hadden deze Chinese kneuzen geen boodschap aan. Die stonden gewoon rustig een kwartier te poseren alsof het voor de fuckin’ Vogue was:
Maar goed, een kwartier later waren wij aan de beurt om een foto te maken. En het was het wachten wel waard:
Een het eind van de ochtend zijn we een paar grotten in gegaan. De eerste was de Narusawa Ice Cave:
Er zijn meer dan 100 grotten rondom Mt. Fuji.
Een Bonte mees, bij de ingang:
Een kleine ice shrine:
Ze hadden de stukken ijs op sommige plekken uitgelicht:
Dit deel was afgesloten, en je mocht niet aan het hek komen. Maar wat daar de reden voor was? Het ijs erachter was 3 meter dik:
Deze grot was op sommige plaatsen maar 91 centimeter hoog, dus je moest een beetje moeite doen om er doorheen te komen. Na een minuut of 10 in die smalle gangetjes is het ook wel weer fijn om buiten te staan:
De volgende grot was de Wind Cave, die een kilometer verderop lag.
Al deze grotten zijn zo’n 1100 jaar geleden na een uitbarsting van Mount Nagao ontstaan.
Ook hier een kleine shrine, hopelijk helpt dat tegen het instortingsgevaar.
En hoewel dit de Wind Cave werd genoemd, was ook hier genoeg ijs te zien:
Ze gebruikten deze grotten tot 1955 voor de opslag van zijderupsen en boomzaden .
Op sommige plekken hadden ze wat lampen opgehangen zodat de de kleuren van de stenen goed kon zien:
IJspegels bij de vleet:
Eenmaal buiten kon je een stukje van het pad af gaan, zodat je het bos kon zien:
De laatste van de drie grotten was de Bat Cave. Hier moest je een helm op. Dat leek me een beetje onzin, maar eenmaal binnen snapte ik waarom: een keer of 10 m’n kop gestoten aan het plafond:
Sommige stukken waren ook wel erg laag. Hier was de Japanner voor me bezig om half kruipend verder te komen:
Hoewel ze het de Bat Cave noemen schijnen er nauwelijks vleermuizen meer te zitten. Niet zo vreemd met al die toeristen die er de hele dag in en uitkruipen. De vleermuizen die er nog wel zijn zitten in een afgesloten stuk:
Na al dat klimmen hadden we wel honger gekregen:
’S middags zijn we het dorp in gegaan. Eerst naar Shokopan, voor Fuji pudding en Fuji brood:
Erg leuk gedaan:
En toen nog naar de Love In Bakery, voor een ander Fuji broodje:











































No comments:
Post a Comment